|
Volgens Plutarchus is dit de manier waarop de
Macedonische koning Phillippos II zijn toekomstige
echtgenote Olympias ontmoette, de Epirotische prinses
van de Aeacidische dynastie, tijdens hun initiatie in de
mysteriën van Samothrake. Deze historische anekdote
verklaart de trouw van de Argeadische dynastie aan het
heiligdom, en vervolgens van de twee dynastieën van
diadochen die hen opvolgden: de Ptolemaeën en
Antigoniden, die in de 3e eeuw v.Chr. elkaar voortdurend
probeerden te overtreffen gedurende de periode waarin
zij beurtelings het eiland en het Noord-Egeïsche gebied
in het algemeen beheersten.
De eerste heerser van wie epigrafische sporen zijn
overgeleverd was de zoon van Philippos II en halfbroer
van Alexander, Philippos III van Macedonië, die de
voornaamste begunstiger van het heiligdom zou zijn
tijdens de 4e eeuw v.Chr.: hij gaf waarschijnlijk de
opdracht voor de bouw van de temenos rond 340 v.Chr.,
voor het hoofdaltaar in het volgende decennium, voor het
hiëron rond 325 v.Chr., en ook voor het Dorische
monument aan de rand van het oostelijke cirkelvormige
gebied. Dit was zowel uit zijn naam als die van zijn
neef Alexander IV van Macedonië gewijd en daarom
gedateerd in hun gezamenlijke regering van 323 v.Chr.
tot 317 v.Chr..
De tweede fase van belangrijke bouwwerken begon in de
jaren 280 v.Chr. met de rotunda van Arsinoë II[23], die
mogelijk kan worden gedateerd tijdens de periode 288
v.Chr.-281 v.Chr. toen deze dochter van Ptolemaeus I was
getrouwd met de diadoch Lysimachus, de toenmalige koning
van Macedonië. Na zijn dood in de strijd in 281 v.Chr.
trouwde zij haar halfbroer, Ptolemaeus Keraunos, en
later haar broer Ptolemaeus II in 274 v.Chr.. Van de
monumentale wijdingstekst boven de deur is slechts een
enkel blok over, zodat het niet mogelijk is om de
volledige inscriptie te reconstrueren. Ptolemaeus II
zelf liet het propylon bouwen tegenover de ingang van
het heiligdom: de machtige Ptolemaeïsche vloot die hem
in staat stelde om het grootste deel van de Egeïsche Zee
tot aan de Thracische kust te domineren en zijn
bouwactiviteit te Samothrake zijn getuigen van zijn
invloed.
Het herstel van de Antigonidische dynastie op de
Macedonische troon met Antigonus II Gonatas leidde
spoedig tot een strijd om de maritieme suprematie in het
Egeïsche gebied: Antigonus Gonatas vierde zijn
overwinning in de zeeslag bij Kos door een van zijn
triomferende schepen te wijden aan het heiligdom rond
255-245 v.Chr.. Het werd tentoongesteld in een gebouw
dat werd gebouwd op een ad hoc basis op het westelijke
terras, het Néôrion (plattegrond, nr. 6). Het is
mogelijk geïnspireerd door een ander Néôrion, te Delos,
vermoedelijk gebouwd aan het einde van de 4e eeuw
v.Chr., dat hij hergebruikte en waar hij rond dezelfde
tijd een ander schip wijdde.
De zeeoorlog tussen de Ptolemaeën en de Antigoniden
ging met tussenpozen verder gedurende de tweede helft
van de 3e eeuw v.Chr., tot Philippos V van Macedonië, de
laatste Antigonidische koning, die een Macedonische
thalassocratie trachtte te vestigen, maar ten slotte
werd verslagen door een alliantie van Rhodos en
Pergamon. Een monumentale zuil werd door de Macedoniërs
aan hem gewijd voor de grote stoa op het bovenste terras
rond 200 v.Chr.. Het was hoogstwaarschijnlijk tijdens
een van deze episodes dat de monumentale fontein, die de
kalkstenen voorsteven en de bekende Nikè omvatte, werd
gebouwd (vgl. foto en plattegrond, nr. 9). Deze zou in
feite door Rhodos in plaats van Macedonië gewijd kunnen
zijn; analyse van de kalksteen die is gebruikt voor de
voorsteven en het type schip wijzen op Rhodos.
Het heiligdom werd het laatste toevluchtsoord voor de
laatste koning van Macedonië, Perseus van Macedonië, die
naar het eiland vluchtte na zijn nederlaag in de slag
bij Pydna in 168 v.Chr. en daar door de Romeinen
gevangen werd genomen.
Mysterieculten - Heiligdom van de Grote Goden van
Samothrake
Heiligdom van de Grote Goden van Samothrake - Index
|